Kom in de kas 2017

De afgelopen twintig jaar is de prijs van champignons in de winkel amper gestegen. Tegelijkertijd zijn de kosten verdubbeld. Telers hebben maar één antwoord op die krimpende marge en dat is de kosten verlagen. ‘De lage opbrengstprijzen stimuleren sterk de schaalvergroting en ook de grootste bedrijven houden het maar net vol’, vertelt champignonteler John Donkers uit Boekel.

Het is een proces dat zich grotendeels buiten het gezicht van de consument voltrekt. Donkers heeft het idee dat mensen welwillend tegenover de champignonteelt staan, maar er weinig van weten. Vier jaar geleden deed zijn broer – die in dezelfde straat in Boekel zit – mee aan Kom in de Kas en de bezoekers waren verbaasd hoeveel arbeid en verzorging eraan te pas komt.

Benaderd

John en Mariëtte Donkers zijn door de lokale organisatie van Kom in de Kas benaderd met de vraag of ze mee willen doen, ook al telen ze niet onder glas. De bezoekers zal het weinig uitmaken. Het jaarlijkse landelijke bezoekerstal van ruim 200.000 bewijst dat veel mensen geïnteresseerd zijn in hoe hun voedsel wordt geproduceerd.

Hoewel de ondernemers er niet van houden om op de voorgrond te staan, zijn ze heel gedreven om te laten zien hoe duurzaam ze telen. ‘We gebruiken helemaal geen bestrijdingsmiddelen meer. Champignonmuggen bijvoorbeeld pakken we met aaltjes aan. Ook ontsmetten met chemische middelen is niet meer aan de orde: alles wordt gestoomd. We geven paardenmest een nuttige bestemming als champost en produceren daarop een heel gezond product met veel eiwitten en vezels’, vertelt de kweker.

Bedrijfshygiëne

Die teeltwijze vergt een scherp oog voor de bedrijfshygiëne en daarom mogen de bezoekers op zondag 2 april niet zomaar de cellen in die net zijn gevuld. Maar de afdelingen die aan de oogst toe zijn, openen wel de deuren en er is veel actie te zien.

‘We moeten gewoon plukken op zondag’, vertelt Mariëtte Donkers. ‘Zo kan iedereen zien hoe arbeidsintensief de teelt is. Verder is er een film over het hele proces en is de machine waarmee de cellen worden gevuld te bewonderen. Ook laten we dingen proeven, onder andere het kant-en-klaargerecht Champi-Minute dat we zelf hebben ontwikkeld, geschikt als onderdeel van de maaltijd, maar ook als borrelhapje of tapas. Daar komen mensen steeds voor terug.’

Natuur

Ook de natuur op het bedrijf komt aan bod. Naast de champignoncellen ligt een grote vijver, waarvan het water wordt gebruikt om de cellen te koelen. In dit jaargetijde zijn de lisdodden rond het water jammer genoeg nog bruin, maar in de zomer wemelt het van het groen en het leven. Ook maken de kwekers gebruik van zonnepanelen en grondbuisventilatie.

Muchamp, zoals hun bedrijf heet, telt nu dertien cellen van 375 vierkante meter en is daarmee een middelgroot bedrijf. Uitbreiding van het aantal cellen is niet meer mogelijk, want pal achter het perceel ligt binnenkort de rondweg van Boekel. Wel zouden de cellen nog verlengd kunnen worden. Of dat ook gebeurt, is medeafhankelijk van de toekomstplannen van hun zoon die nu nog op de HAS zit.

Funghi

De verkoop gaat via telersvereniging Funghi, ooit opgezet om gebruik te maken van GMO-subsidie. Ook een deel van de hydraulische pluklorries bij Muchamp zijn met Europese steun aangeschaft door Funghi en inmiddels overgenomen door de ondernemer.

Door veranderde Europese regels is Funghi momenteel nog louter een afzetorganisatie. ‘Ze hebben een goed inzicht in vraag en aanbod. Dat is het voordeel. Maar de opzet was ook om een hogere prijs te realiseren door bundeling van het aanbod. Dat is helaas niet gelukt. Van de oorspronkelijke honderd leden zijn er nu nog dertig over’, zegt John Donkers.

Polen

‘Polen en andere Oost-Europese landen komen op als producent. Polen bleef in het verleden regelmatig achter met de kwaliteit, maar kan inmiddels bijna het hele jaar een goed product leveren. Daarmee wordt de concurrentie harder. Maar tegelijkertijd stijgt ook hun kostenniveau, zodat het niet meer louter om de prijs gaat. Toch zie je dat we op de Duitse markt door Polen worden verdrongen’, zegt de kweker.

‘Eigenlijk zitten we te wachten op de oogstrobot. Als die er komt, zullen de verhoudingen waarschijnlijk drastisch veranderen.’